Arbowet

Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidsomstandighedenbesluit

De arbowet is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen. Artikel 8 van de arbowet is van toepassing op het gebied van pictogrammen en veiligheidssignalisatie.

Arbotwet Artikel 8 Voorlichting en onderricht
  1. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken. Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de wijze waarop de deskundige bijstand, bedoeld in de artikelen 13, 14, 14a en 15, in zijn bedrijf of inrichting is georganiseerd
  2. De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.
  3. Indien persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de werknemers worden gesteld en indien op arbeidsmiddelen of anderszins beveiligingen zijn aangebracht, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers op de hoogte zijn van hun doel en werking en de wijze waarop zij deze dienen te gebruiken.
  4. De werkgever ziet toe op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen of beperken van de in het eerste lid genoemde risico’s alsmede op het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Arbobesluit Artikel 8.4

Het arbobesluit maakt deel uit van de arbowet. In het Arbobesluit staan concrete regels, ingedeeld naar onderwerp. In artikel 8.4 staan regels omschreven die te maken hebben met pictogrammen en veiligheidssignalisatie.

  • Artikel 3.6 Vluchtwegen en nooduitgangen
    1. Doeltreffende maatregelen zijn genomen teneinde het mogelijk te maken dat de werknemer, indien een toestand ontstaat waarin direct gevaar voor zijn veiligheid of gezondheid aanwezig is, zich snel via de kortst mogelijke weg in veiligheid kan stellen.
    2. Het aantal, de plaats en de afmetingen van de daartoe beschikbare vluchtwegen en nooduitgangen zijn afhankelijk van het gebruik, de uitrusting en de afmetingen van de arbeidsplaatsen alsmede van het maximum aantal werknemers en andere personen dat zich op deze plaatsen kan ophouden.
  • Artikel 3.7 Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen
    1. Vluchtwegen en nooduitgangen zijn vrij van obstakels.
    2. Nooduitgangen kunnen te allen tijde worden geopend.
    3. Deuren van nooduitgangen en deuren op het traject van de vluchtwegen zijn op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe te openen.
    4. Schuif- en draaideuren worden niet als nooduitgang gebruikt.
    5. De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting.
    6. De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen.
De Europese Richtlijn 92/58/EEG

De Europese Richtlijn 92/58/EEG “minimum voorschriften voor veiligheids- en gezondheidssignaleringen op het werk” is opgenomen in de arboregeling en arbobesluit. Met deze richtlijn streeft men naar harmonisatie van regelgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid. De belangrijkste punten uit deze richtlijn zijn:

  • De overheid van de EG lidstaten stelt de werkgevers verantwoordelijk om in de voorgeschreven veiligheidssignalering te voorzien.
  • De richtlijn is in alle lidstaten geïmplementeerd binnen de nationale wetgeving.
  • De richtlijn gaat uit van minimum eisen.
  • De gebruikte pictogrammen mogen licht afwijken of gedetailleerder zijn dan in de bijlage van de richtlijn vermelde voorbeelden. Voorwaarde is wel dat ze dezelfde betekenis uitdragen.
  • De afmetingen van de pictogrammen zijn niet vastgelegd. Wel is vastgelegd de verhouding tussen de achtergrondkleur en de kleur van de afbeelding. Bijvoorbeeld voor reddingsborden moet de groene kleur minimaal 50% van het oppervlak beslaan.
  • Belangrijk is dat in deze Richtlijn het gebruik van fluorescerende (naschijnende of langnaschijnende) kleuren en reflecterende materialen is toegestaan.
  • Brandbestrijdingsmateriaal moet aangegeven worden met een pictogram of lokalisatiebord.
  • Voorschriften voor het markeren met geel/zwarte of rood/witte markeringstape van obstakels en gevaarlijke plaatsen.
  • Voorschriften voor het markeren van leidingen voor gevaarlijke stoffen.