Hoe groot moeten pictogrammen zijn?

Hoe groot moeten pictogrammen zijn?

De grote van een pictogram wordt beschreven in de NEN 3011 en is afhankelijk van de waarnemingsafstand, belichtingsomstandigheden, kijkhoek en de gezichtsscherpte van de gebruiker.

Onlangs is er een vernieuwde versie van de NEN 3011 verschenen. In deze uitgave is achterhaalde informatie over waarnemingsafstanden aangepast, zodat er beter antwoord kan worden gegeven op de vraag: Hoe groot moeten pictogrammen zijn?

Onderstaande infographic geeft op een overzichtelijke manier antwoord op deze vraag. Deze geeft niet alleen de grote van een veiligheidsteken of pictogram aan, maar ook hoe dit in verhouding tot de waarnemingsafstand staat en met welke omstandigheden rekening moet worden gehouden.

Hoe groot moeten pictogrammen zijn - Infographic

Waarnemingsafstand, waarnemingshoek en afmeting van veiligheidstekens verder uitgelegd


In de ISO 3864-1:2011 en de NEN-ISO 9182-2 is reeds informatie opgenomen over waarnemingsafstanden ten opzichte van de hoogte van veiligheidstekens en in de aangepaste NEN 3011:2021 wordt dit verder uitgewerkt en verduidelijkt.

Waarnemingsafstand

De verhouding tussen de waarneembare afstand (l) en de hoogte van een veiligheidsteken (h) wordt uitgedrukt in de afstandsfactor (z).
In het beginsel van het bepalen van de afstand en hoogte wordt van een waarneming uitgegaan waarbij de waarnemer loodrecht onder een hoek van 0 graden naar het midden van een veiligheidsteken kijkt. Voor het bepalen van de afstandsfactor is een test vastgelegd in de NEN-ISO 9186-2. Als deze testgegevens niet beschikbaar zijn, kan er gebruik worden gemaakt van een waarde van 60 voor de afstandsfactor.

De waarnemingsafstand kan als volgt worden berekend:
waarneembare afstand (l) = afstandsfactor (z) * hoogte van een veiligheidsteken (h)

Hoogte van veiligheidsteken

Personen moeten in staat worden gesteld om vanaf een veilige afstand kennis te nemen van potentiële gevaren en noodzakelijke veiligheidsmaatregelen. Een risico analyse kan bepalen wat een veilig waarneembare afstand (l) is, welke waarnemingshoek moet worden gebruikt en wat de verlichtingsomstandigheden zijn. Met deze gegevens kan vervolgens de minimale hoogte van een veiligheidsteken worden bepaald:

De hoogte kan als volgt worden berekend: (fig. 1)
hoogte van een veiligheidsteken (h) ≥ veilig waarneembare afstand (l) / afstandsfactor (z)

Onder slechte verlichtingsomstandigheden (bijvoorbeeld bij stroomuitval en het gebruik van noodverlichting) moet de afstandsfactor (z) vermenigvuldigd worden met 0,5. (fig. 2). In het geval van vluchtwegaanduiding, waarbij gebruikt wordt gemaakt van normale of fotoluminescerende materialen, wordt de afstandsfactor (z) bepaald door de verlichtingssterkte ter plaatste van het teken (fig. 3). Mocht er gebruik worden gemaakt van intern verlichte vluchtwegaanduiding (verlichtingsarmaturen), dan wordt de afstandsfactor (z) bepaald door de luminantie van de witte contrastkleur (fig. 4).

Bovenstaande afstandsfactoren gelden voor personen met een normale of gecorrigeerde gezichtsscherpte. Voor personen met een slechtere gezichtsscherpte moet de afstandsfactor worden aangepast. Voor gezichtsscherpte van bijvoorbeeld 0,5 en 0,1, moet de afstandsfactor (z) worden vermenigvuldigd met respectievelijk 0,5 en 0,1.

Waarnemingshoek

Bij waarneming onder een hoek moet de afstandsfactor (z) worden gecorrigeerd worden met de formule: afstandsfactor (z) = afstandsfactor (z)*Cosα. Bij een waarnemingshoek van 30°, 45° en 60°, moet de afstandsfactor respectievelijk met 0,87, 0,71 en 0,50 worden vermenigvuldigd.

Gerelateerde berichten
  1. Corona Preventie pictogrammen en vloermarkering Corona Preventie pictogrammen en vloermarkering Pictogrammen, vloermarkering en instructies voor corona preventie maatregelen.
  2. Veiligheidspictogrammen Alle soorten veiligheidspictogrammen in één overzicht samengebracht en uitgelegd.