Nederlandse regels voor veilige werkplekken

Arbowet en veiligheidssignalering

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) vormt het wettelijke kader voor veilig en gezond werken in Nederland. Werkgevers moeten arbeidsrisico’s inventariseren, passende maatregelen nemen en werknemers doeltreffend informeren en instrueren.

De concrete plicht tot veiligheidssignalering staat in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hoofdstuk 8 van de Arbeidsomstandighedenregeling beschrijft vervolgens hoe borden, veiligheidskleuren, markeringen en andere signalen worden toegepast.

Inhoudelijke redactieAlex Damen
Laatst bijgewerkt
ToepassingNederland

Hoe hangen de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling samen?

De Nederlandse arboregelgeving bestaat uit drie niveaus. Voor veiligheidssignalering heeft ieder niveau een andere functie.

Niveau 1 · kader

Arbowet

Legt de algemene zorgplicht, het arbobeleid, de RI&E en de plicht tot voorlichting en onderricht vast.

Niveau 2 · verplichting

Arbobesluit

Werkt de wet uit. Artikel 8.4 verplicht de werkgever tot doeltreffende signalering wanneer gevaren op de arbeidsplaats of aan arbeidsmiddelen daar aanleiding toe geven.

Niveau 3 · uitvoering

Arboregeling

Geeft gedetailleerde voorschriften voor soorten signalering, kleuren, borden, plaatsing, onderhoud, leidingen, obstakels en verkeerswegen.

De Arbowet is dus het fundament, maar u vindt de praktische eisen voor veiligheidssignalering vooral in het Arbobesluit en de Arboregeling.

Wanneer is veiligheidssignalering verplicht volgens de Arbowetgeving?

Een werkgever moet doeltreffende veiligheids- of gezondheidssignalering aanbrengen wanneer gevaren op de arbeidsplaats of gevaren van een arbeidsmiddel daar aanleiding toe geven. De RI&E vormt het vertrekpunt voor die beoordeling.

  1. 1

    Inventariseer het gevaar

    Leg risico’s, risicogroepen en bestaande maatregelen vast in de risico-inventarisatie en -evaluatie.

  2. 2

    Pak het risico bij de bron aan

    Voorkom of beperk het gevaar eerst met bronmaatregelen, een veilige inrichting, collectieve bescherming en veilige werkmethoden.

  3. 3

    Kies passende signalering

    Maak resterende risico’s, verplichte handelingen, voorzieningen, routes en noodmiddelen duidelijk zichtbaar.

  4. 4

    Informeer en instrueer werknemers

    Leg uit wat de signalen betekenen, welk gedrag nodig is en hoe medewerkers veilig handelen.

Welke artikelen uit de Arbowet zijn belangrijk voor signalering?

De Arbowet noemt niet per pictogram welk bord u moet plaatsen. Drie artikelen vormen wel de basis voor een goed signaleringsbeleid.

Artikel 3

Arbobeleid en aanpak bij de bron

De werkgever zorgt voor de veiligheid en gezondheid bij alle aspecten van het werk. Gevaren worden zo veel mogelijk bij de bron voorkomen of beperkt. Collectieve maatregelen krijgen voorrang boven individuele bescherming.

Artikel 5

Risico-inventarisatie en -evaluatie

De werkgever legt risico’s en bestaande risicobeperkende maatregelen schriftelijk vast in de RI&E. Het plan van aanpak beschrijft welke aanvullende maatregelen nodig zijn en binnen welke termijn.

Artikel 8

Voorlichting en onderricht

Werknemers krijgen doeltreffende informatie over hun werkzaamheden, de bijbehorende risico’s en de maatregelen om die risico’s te voorkomen of te beperken. De instructie sluit aan op hun taken. De werkgever houdt ook toezicht op het naleven van instructies en het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Een pictogram maakt een boodschap blijvend zichtbaar, maar vervangt de uitleg niet. Bespreek de betekenis van signalen daarom tijdens de introductie, instructie of toolbox. Lees voor extra achtergrond ook wat veiligheidspictogrammen zijn.

Wat bepaalt artikel 8.4 van het Arbobesluit?

Artikel 8.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht de werkgever om doeltreffende veiligheids- of gezondheidssignalering aan te brengen als gevaren op de arbeidsplaats of aan een arbeidsmiddel daar aanleiding toe geven.

Het artikel bepaalt vooral wanneer signalering nodig is. De ministeriële regels bepalen vervolgens hoe de signalering eruitziet en wordt gebruikt. Die uitwerking staat in hoofdstuk 8 van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Arbeidsplaats

Denk aan een gevaarlijke zone, opslagruimte, vluchtweg, verkeersroute of obstakel.

Arbeidsmiddel

Denk aan machines, installaties, gereedschappen en rijdend materieel.

Doeltreffend

Het signaal moet zichtbaar, begrijpelijk, passend geplaatst en geschikt voor de omstandigheden zijn.

Welke signalering moet permanent aanwezig zijn?

Artikel 8.2 van de Arbeidsomstandighedenregeling verdeelt permanente signalering in vijf hoofdgroepen:

Verbod, waarschuwing en gebod: permanente borden, net als borden voor de lokalisatie en identificatie van reddings- en hulpmiddelen.

Brandbestrijdingsmateriaal: permanente borden of een veiligheidskleur.

Reservoirs en leidingen met gevaarlijke stoffen: signalering volgens artikel 8.4, derde lid, en de specifieke voorschriften uit de artikelen 8.9 en 8.11 tot en met 8.15.

Obstakels en valgevaar: permanente veiligheidskleuren of borden.

Verkeerswegen op de arbeidsplaats: permanente markering met een goed zichtbare veiligheidskleur.

Wanneer gebruikt u tijdelijke of occasionele signalering?

Artikel 8.3 noemt lichtsignalen, geluidssignalen en mondelinge mededelingen voor gevaarlijke gebeurtenissen, oproepen tot een specifieke actie en dringende evacuaties. Hand- en armseinen of mondelinge mededelingen worden gebruikt om personen te begeleiden bij handelingen met gevaar.

Welke vormen en kleuren gebruikt de Arboregeling?

Vorm, kleur en pictogram bepalen samen het type veiligheidsboodschap. De vijf hoofdgroepen zijn:

Aan welke eisen moet een veiligheidsbord voldoen?

  • Gebruik een eenvoudig pictogram zonder overbodige details.
  • Kies materiaal dat past bij schokken, weersinvloeden en de gebruiksomgeving.
  • Stem formaat, kleur en lichttechnische eigenschappen af op zichtbaarheid en begrijpelijkheid.
  • Plaats het bord op passende hoogte, binnen het gezichtsveld en bij het risico, de toegang of het te signaleren object.
  • Gebruik bij weinig licht reflecterend, fluorescerend of verlicht materiaal als dat nodig is.
  • Verwijder het bord wanneer de situatie die het bord nodig maakte niet meer bestaat.

De Arboregeling geeft geen universele maat die in iedere situatie geldt. De juiste afmeting hangt af van onder meer kijkafstand, licht, contrast, obstakels en de omgeving.

Wat geldt voor vluchtwegen en nooduitgangen?

Artikel 3.7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit stelt eisen aan het veilige gebruik en de herkenbaarheid van vluchtwegen en nooduitgangen.

Vrij en bruikbaar

Vluchtwegen en nooduitgangen blijven vrij van obstakels. Nooduitgangen zijn altijd te openen en deuren op de vluchtroute zijn eenvoudig van binnenuit te openen.

Herkenbaar gemarkeerd

Vluchtwegen, deuren en poorten op de route en nooduitgangen krijgen signalen die voldoen aan de regels voor veiligheids- en gezondheidssignalering.

Noodverlichting waar nodig

Vluchtwegen en nooduitgangen die bij uitval van de normale verlichting slecht zichtbaar zijn, krijgen adequate noodverlichting.

Aansluiten op de werkelijke route

Plaats richtingspijlen en uitgangstekens zo dat zij de echte looprichting aangeven en vanaf beslismomenten zichtbaar zijn.

Voor de herkenbare uitvoering worden in Nederland vaak de symbolen uit ISO 7010 en de Nederlandse toepassing en aanvullingen uit NEN 3011 gebruikt.

Hoe markeert u leidingen, reservoirs en gevaarlijke stoffen?

Leidingmarkering maakt zichtbaar welke stof door een leiding stroomt. De markering kan daarnaast de stromingsrichting en andere praktische informatie tonen. Leidingmarkering wordt gebruikt voor leidingen met een niet-gevaarlijke én een gevaarlijke inhoud. Bij een gevaarlijke stof neemt u ook de relevante GHS-gevarenpictogrammen volgens CLP in de leidingmarkering op.

  • Leiding met een niet-gevaarlijke inhoud: als er bijvoorbeeld water in de leiding zit, wordt er wel leidingmarkering gebruikt, maar geen GHS-pictogram.
  • Leiding met een gevaarlijke inhoud: als er een gevaarlijke stof in de leiding zit, wordt er ook leidingmarkering gebruikt. De relevante GHS-gevarenpictogrammen worden dan als onderdeel van deze leidingmarkering opgenomen. Zo ziet de gebruiker welke stof door de leiding stroomt en welke gevaren daarbij horen.
  • Reservoir met een gevaarlijke inhoud: een reservoir met een gevaarlijke chemische stof of een gevaarlijk mengsel krijgt de relevante GHS/CLP-gevarenmarkering. Deze markering kan worden aangevuld met de naam of formule van de stof en extra informatie over het gevaar.
  • Plaatsing op leidingen: breng de leidingmarkering goed zichtbaar aan en herhaal deze voldoende vaak. Plaats de markering in ieder geval bij kleppen, aansluitpunten en andere plaatsen waar een verhoogd risico bestaat.
  • Opslagruimten: plaats bij ruimten met aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen passende waarschuwingstekens bij de ruimte of toegangsdeur, tenzij de aanwezige etikettering volgens de regeling voldoende zichtbaar is.

De artikelen 8.12 tot en met 8.15 van de Arbeidsomstandighedenregeling bevatten de specifieke eisen voor reservoirs en leidingen met gevaarlijke stoffen en voor plaatsen waar aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden opgeslagen.

Hoe maakt u een praktisch signaleringsplan?

Goede signalering vormt één herkenbaar systeem. Gebruik onderstaande stappen om risico’s, routes en voorzieningen logisch met elkaar te verbinden.

  1. 1

    Gebruik de RI&E als basis

    Noteer welke restrisico’s, voorzieningen, routes, verboden en verplichte handelingen zichtbaar moeten zijn.

  2. 2

    Kies het juiste middel

    Combineer waar nodig veiligheidspictogrammen, borden, stickers, vloermarkering, leidingmarkering, licht- of geluidssignalen.

  3. 3

    Werk met vaste symbolen en kleuren

    Gebruik binnen de hele organisatie dezelfde betekenis en uitvoering. Dat voorkomt twijfel en versnelt herkenning.

  4. 4

    Controleer de zichtlijn

    Let op kijkafstand, licht, hoogte, bochten, deuren, stellingen en andere obstakels.

  5. 5

    Geef uitleg

    Neem de betekenis van signalering op in de introductie, werkinstructie, toolbox en het noodplan.

  6. 6

    Inspecteer en actualiseer

    Controleer periodiek of de signalering nog zichtbaar, schoon, correct en passend bij de actuele werkplek is.

Een zelfklevend veiligheidsteken kan geschikt zijn wanneer materiaal, formaat, zichtbaarheid, hechting en levensduur bij de situatie passen. Kies een vast bord wanneer de ondergrond, omgeving of vereiste duurzaamheid daarom vraagt.

Wat is de relatie met de Europese richtlijn en veiligheidsnormen?

De Nederlandse regels voor veiligheidssignalering geven uitvoering aan Europese Richtlijn 92/58/EEG. Die richtlijn bevat de Europese minimumvoorschriften voor veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk.

Europees minimumkader

Richtlijn 92/58/EEG

Bepaalt de Europese uitgangspunten voor veiligheidssignalering op het werk.

Nederlandse wetgeving

Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling

Zetten het Europese kader om in Nederlandse verplichtingen en uitvoeringsregels.

Ontwerp en herkenning

ISO 3864 en ISO 7010

Bieden ontwerpprincipes en internationaal geregistreerde veiligheidstekens.

Nederlandse toepassing en aanvulling

NEN 3011

Ondersteunt een herkenbare Nederlandse toepassing en bevat aanvullende Nederlandse tekens.

Veelgestelde vragen over de Arbowet en veiligheidssignalering

Veiligheidssignalering is verplicht zodra er arbeidsrisico’s aanwezig zijn die niet op een andere manier voldoende duidelijk kunnen worden gemaakt, zoals bij brandvoorzieningen, vluchtwegen, gevaarlijke zones en obstakels.
Je gebruikt veiligheidsborden wanneer een risico, verplichting of voorziening duidelijk moet worden geïdentificeerd, en een veiligheidskleur wanneer het gaat om markering van zones, routes, obstakels of brandvoorzieningen.
Volgens artikel 8.2 van de Arbeidsomstandighedenregeling moet signalering voor verboden, waarschuwingen, geboden, brandbestrijdingsmiddelen, reddingsmiddelen, verkeerswegen, obstakels en leidingen permanent aanwezig zijn.
Artikel 8.2 van de Arboregeling schrijft voor welke veiligheidssignalering permanent aanwezig moet zijn. Overzicht van borden, kleuren en markeringen.
De Arbowet verplicht veiligheidssignalering, terwijl ISO 7010 en NEN 3011 vastleggen hoe die signalering eruitziet. ISO 7010 bepaalt de symbolen, NEN 3011 beschrijft de toepassing daarvan in Nederland.

Bronnen en inhoudelijke controle

Voor een juridische beoordeling is de actuele officiële wetstekst leidend. De uitleg op deze pagina is gecontroleerd aan de hand van onderstaande overheidsbronnen.

Nederlandse wetgeving

Uitleg en Europees kader

Inhoudelijke controle: deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen locatiespecifieke RI&E, deskundig advies of juridische beoordeling. Controleer bij wijzigingen altijd de actuele wetstekst.

Hulp nodig bij uw veiligheidssignalering?

Wij helpen u graag bij het kiezen van pictogrammen, borden, stickers en markeringen voor uw werkomgeving.

Neem contact op