Gevaarsetiketten voor ADR, ADN, RID, IMDG en IATA
Gevaarsetiketten voor het markeren van gevaarlijke stoffen tijdens transport, opslag en overslag. Kies uit ADR etiketten, stickers op rol, kunststof borden, aluminium borden, magneten en labels met of zonder UN-nummer.
Veel gevaarsetiketten zijn geschikt voor meerdere vervoersregels, zoals ADR, ADN, RID, IMDG(IMO) en IATA. Zo vind je snel het juiste etiket voor wegvervoer, binnenvaart, spoorvervoer, zeetransport en luchtvracht.
Categorie 1, 2 en 3
ADR Kemler Borden
Explosives Stoffen - Klasse 1
Brandbare gassen - Klasse 2.1
Niet brandbare, niet giftige gassen - Klasse 2.2
Giftige Gassen - Klasse 2.3
Brandbare Vloeistoffen - Klasse 3
Brandbare Vaste Stoffen - Klasse 4.1
Voor Zelfontbranding Vatbare Stoffen - Klasse 4.2
Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen - Klasse 4.3
Oxiderende Stoffen - Klasse 5.1
Organische Peroxiden - Klasse 5.2
Giftige Stoffen - Klasse 6.1
Infectueuze Stoffen - Klasse 6.2
Radioactive Stoffen - Klasse 7
Bijtende Stoffen - Klasse 8
Diverse Gevaarlijke Stoffen - Klasse 9
Lithium batterijen - Klasse 9
Gelimiteerde Hoeveelheden
Milieu Gevaarlijke Stoffen ADR
Schadelijk
Inhalation Hazard
Gevaren Diamant NFPA
Verhoogde Temperatuur
UN stickers
ADR Bord houders
Blanco plaathouders voor gevaarsetiketten
Plaathouders gevaarsetiketten inklapbaar
Label Dispenser
Gevaarsetiketten maken direct zichtbaar welk gevaar een stof of product vormt tijdens vervoer, opslag en behandeling. Ze helpen chauffeurs, magazijnmedewerkers, vervoerders, verladers en hulpdiensten om snel te herkennen met welk type gevaarlijke stof zij te maken hebben.
- Wat zijn gevaarsetiketten?
- Welke gevarenklassen zijn er?
- Welke uitvoeringen en materialen zijn er?
- Het juiste gevaarsetiket kiezen voor ADR en transport
- ADR etiketten voor wegvervoer
- Gevaarsetiketten met UN-nummer
- Oververpakking en aanvullende markering
- ADR borden en grote etiketten
- ADN, RID, IMDG en IATA etiketten
- Veel gestelde vragen over gevaarsetiketten
Wat zijn gevaarsetiketten?
Gevaarsetiketten zijn etiketten, labels of borden met een vast pictogram voor gevaarlijke stoffen. Ze tonen de gevarenklasse van de stof, bijvoorbeeld brandbaar, giftig, bijtend, oxiderend, explosief of milieugevaarlijk. In veel gevallen staat er ook een klassennummer op het etiket.
Je gebruikt gevaarsetiketten op verpakkingen, vaten, drums, jerrycans, IBC’s, pallets, containers en voertuigen. De etiketten moeten goed zichtbaar, stevig bevestigd en leesbaar blijven tijdens vervoer en behandeling.
Een gevaarsetiket is iets anders dan een GHS etiket. GHS etiketten gebruik je vooral voor productinformatie en chemische etikettering. Gevaarsetiketten gebruik je vooral voor het vervoer van gevaarlijke goederen volgens regels zoals ADR, ADN, RID, IMDG en IATA.
Welke gevarenklassen zijn er?
Gevaarlijke stoffen worden ingedeeld in gevarenklassen. Deze indeling bepaalt welk gevaarsetiket op de verpakking of transporteenheid hoort. De hoofdklassen lopen van klasse 1 tot en met klasse 9. Sommige klassen hebben subklassen, zoals klasse 2.1 voor brandbare gassen, klasse 2.2 voor niet-brandbare en niet-giftige gassen en klasse 2.3 voor giftige gassen.
Gebruik de tabel hieronder om snel het juiste gevaarsetiket te herkennen. Controleer altijd de classificatie van de stof, het UN-nummer en de vervoerswijze voordat je een etiket kiest.
Welke materialen en uitvoeringen zijn er voor gevaarsetiketten?
Niet elke toepassing vraagt om hetzelfde materiaal. Een etiket op een doos vraagt iets anders dan een bord op een voertuig of een magneet op een metalen container. Daarom vind je hier gevaarsetiketten in veel uitvoeringen.
- Vinyl etiketten los – geschikt voor verpakkingen, dozen, drums en vaten.
- PP etiketten op rol – handig voor grote aantallen en snelle verwerking.
- Papieren etiketten op rol – geschikt voor droge verpakkingen en eenmalig gebruik.
- Kunststof borden – geschikt voor vaste markering binnen en buiten.
- Aluminium borden – sterk, vormvast en geschikt voor zware omstandigheden.
- Magnetische etiketten – ideaal voor tijdelijke markering op metalen oppervlakken.
- Etiketten met UN-nummer – voor stoffen waarbij het UN-nummer direct op of bij het etiket moet staan.
- Etiketten zonder UN-nummer – voor standaard gevarenmarkering per klasse.
Het juiste gevaarsetiket kiezen voor ADR en transport
Het juiste gevaarsetiket hangt af van de stof, verpakking, vervoerswijze en transportregel. Door vooraf de juiste gegevens te controleren voorkom je verkeerde markering en vertraging tijdens opslag of transport.
Controleer daarom altijd de classificatie van de stof en de eisen van de vervoersregel die voor jouw zending geldt.
1. Controleer het UN-nummer en de gevarenklasse
Het UN-nummer bepaalt welke gevarenklasse en welke markering verplicht zijn. Sommige stoffen hebben naast een hoofdgevaar ook bijkomende gevaren. In dat geval zijn meerdere gevaarsetiketten nodig.
Twijfel je over de classificatie? Gebruik dan het veiligheidsinformatieblad (SDS) of raadpleeg het RIVM stoffenzoeksysteem.
2. Kies het juiste formaat
Voor verpakkingen gebruik je vaak een gevaarsetiket van 100x100 mm. Voor containers, tanks en voertuigen gelden vaak grotere placards van 250x250 mm.
Controleer altijd welke afmetingen verplicht zijn voor jouw verpakking of transporteenheid.
3. Kies een materiaal dat past bij de toepassing
Voor droge verpakkingen volstaat soms papier, terwijl voor buitengebruik, containers en IMDG zeevervoer meestal PP of vinyl nodig is.
Vinyl etiketten hebben meestal de beste hechting en weersbestendigheid bij langdurig gebruik en zware omstandigheden.
4. Controleer aanvullende markeringen
Naast gewone gevaarsetiketten kunnen extra markeringen verplicht zijn. Bijvoorbeeld UN-nummers, limited quantity markeringen, milieugevaarlijke stoffen etiketten of oververpakking labels.
Bekijk de verschillende gevaarsetiketten per gevarenklasse en kies de juiste combinatie voor jouw verpakking en vervoerswijze.
ADR etiketten voor wegvervoer
ADR etiketten gebruik je voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. ADR schrijft onder andere regels voor over classificatie, verpakking, markering, etikettering, documentatie en voertuiguitrusting.
Voor verpakkingen geldt vaak een gevaarsetiket van minimaal 100x100 mm. Op IBC’s en grote verpakkingen moet het gevaarsetiket vaak aan twee tegenoverliggende zijden zichtbaar zijn. Op kleinere verpakkingen volstaat meestal één goed zichtbaar etiket, afhankelijk van de stof en de verpakking.
Voor containers, tankcontainers, voertuigen en andere transporteenheden kunnen grotere etiketten of borden nodig zijn, vaak 250x250 mm. Welke markering nodig is, hangt af van de stof, het UN-nummer, de verpakking, de hoeveelheid en de transportvorm.
Bij gassen uit klasse 2 kan naast het gevaarsetiket ook de officiële vervoersnaam of chemische benaming nodig zijn. Controleer daarom altijd de stofclassificatie en de bijbehorende vervoersdocumenten.
Gevaarsetiketten met UN-nummer
Het UN-nummer is een viercijferig nummer dat een gevaarlijke stof of groep stoffen identificeert. Dit nummer helpt om snel te bepalen welke stof wordt vervoerd en welke regels daarbij horen.
Het UN-nummer mag apart op de verpakking staan, maar kan ook op of bij het gevaarsetiket worden verwerkt. Voor veel toepassingen is een gevaarsetiket met UN-nummer handig, omdat klasse en stofidentificatie direct bij elkaar staan. Dit voorkomt verwarring bij opslag, overslag en transport.
Let op: een UN-nummer is niet hetzelfde als het gevaarsidentificatienummer op een oranje ADR bord. Op een oranje bord met nummers staat het gevaarsidentificatienummer bovenaan en het UN-nummer onderaan.
Oververpakking en aanvullende markering
Gebruik je een oververpakking, zoals een doos, palletfolie of verzamelverpakking, en zijn de originele gevaarsetiketten niet meer zichtbaar? Breng dan dezelfde gevaarsetiketten en UN-nummers ook aan op de buitenzijde van de oververpakking.
Daarnaast hoort op de oververpakking het woord oververpakking te staan. Als de taal van verzending niet Engels, Duits of Frans is, gebruik dan ook minimaal één van deze talen, zoals “overpack”.
Voor sommige zendingen heb je aanvullende markering nodig. Denk aan gelimiteerde hoeveelheden, excepted quantities of het behandelingsetiket deze zijde boven.
Bij milieugevaarlijke stoffen kan naast het gewone gevaarsetiket ook het etiket voor milieugevaarlijke stoffen nodig zijn. Dit geldt onder meer bij verpakkingen met meer dan 5 liter vloeistof of 5 kg vaste stof, afhankelijk van de classificatie.
ADR borden en grote gevaarsetiketten
Voor bepaalde voertuigen, containers, tanks en transporteenheden zijn grotere gevaarsetiketten of ADR borden nodig. Grote etiketten worden ook wel placards genoemd. Deze markering maakt het gevaar ook op afstand zichtbaar.
Oranje ADR borden tonen bij bepaalde transporten het gevaarsidentificatienummer bovenaan en het UN-nummer onderaan. Bij vervoer van losse colli worden vaak blanco oranje borden gebruikt aan de voor- en achterkant van het voertuig.
Bij tankvervoer of vervoer van losgestorte gevaarlijke stoffen kunnen oranje borden met nummers nodig zijn. Vaak plaats je dan borden met nummers aan beide zijkanten en blanco oranje borden aan de voor- en achterkant. Bij vervoer van één gevaarlijke stof kunnen borden met nummers aan de voor- en achterkant voldoende zijn, afhankelijk van de situatie.
Gevaarsetiketten voor ADN, RID, IMDG en IATA
Veel gevaarsetiketten komen in meerdere internationale vervoersregels terug. Daardoor zijn veel etiketten niet alleen geschikt voor ADR, maar ook voor ADN, RID, IMDG(IMO) en IATA.
- ADN – voor vervoer van gevaarlijke stoffen over binnenwateren.
- RID – voor vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor.
- IMDG(IMO) – voor vervoer van gevaarlijke goederen over zee.
- IATA – voor vervoer van gevaarlijke goederen per luchtvracht.
Let op: sommige etiketten of aanvullende labels verschillen per vervoerswijze. Denk aan lithiumbatterij labels, limited quantity labels en specifieke luchtvrachtlabels. Controleer daarom altijd de juiste regeling voor jouw transport.
Zoek je gevaarsetiketten voor een specifieke stof, verpakking of vervoerswijze? Kies dan op basis van gevarenklasse, UN-nummer, materiaal en formaat. Zo markeer je gevaarlijke stoffen duidelijk, duurzaam en volgens de juiste transportregels.


































