Leidingmarkering Stickers
Met leidingmarkering zie je direct welke stof door een leiding stroomt en in welke richting. Kies hieronder de juiste mediumgroep en daarna het gewenste formaat.
Gaat het om een gevaarlijke stof? Voeg dan het juiste GHS/CLP-gevarenpictogram en waar nodig een signaalwoord toe. Staat jouw stofnaam er niet tussen, kies dan leidingmarkering met eigen tekst.
Gassen (NL)
Gassen (FR)
Blusleiding (NL)
Blusleiding (FR)
Lucht (NL)
Lucht (FR)
Water (NL)
Water (FR)
Stoom (NL)
Stoom (FR)
Niet ontvlambare vloeistoffen (NL / FR)
Zuren (NL)
Zuren & Basen (NL)
Zuren & Basen (FR)
Ontvlambare Vloeistoffen (NL)
Ontvlambare Vloeistoffen (FR)
Eigen tekst
Leidingmarkering op rol
Uitleg en toepassing
Leidingmarkering kiezen en plaatsen
Goede leidingmarkering helpt medewerkers, onderhoudsmonteurs en hulpdiensten om snel te zien wat door een leiding stroomt en in welke richting. Bij gevaarlijke stoffen laat de markering bovendien zien met welk gevaar zij rekening moeten houden.
Wat is leidingmarkering?
Leidingmarkering is een herkenbare aanduiding op een leiding. De markering vermeldt welk gas, welke vloeistof of welke andere stof door de leiding stroomt. Pijlen geven de stroomrichting aan. De achtergrondkleur helpt om de groep van het medium sneller te herkennen.
Een duidelijke identificatie verkleint de kans op vergissingen bij bediening, onderhoud, een storing of een noodsituatie. Tekst blijft daarbij belangrijk: vertrouw niet alleen op kleur. Een medewerker moet ook kunnen lezen welke stof of welk medium zich in de leiding bevindt.
Wanneer is leidingmarkering nodig?
De Europese Richtlijn 92/58/EEG bevat minimumvoorschriften voor veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk. Voor zichtbare leidingen die gevaarlijke stoffen of mengsels bevatten of vervoeren, is passende identificatie nodig. De lidstaten hebben deze regels verwerkt in hun nationale wetgeving.
De markering moet zichtbaar zijn en passen bij het werkelijke risico. Plaats haar dicht bij gevaarlijke punten, zoals afsluiters en koppelingen, en herhaal haar op voldoende korte afstanden. Lees meer over het wettelijke kader op de pagina Europese Richtlijn 92/58/EEG.
Ook leidingen met niet-gevaarlijke media, zoals water, lucht of stoom, krijgen vaak leidingmarkering. Zo blijft de installatie overzichtelijk en is sneller te zien welke leiding moet worden bediend of onderhouden. Bij water wordt dus wel leidingmarkering gebruikt, maar is een GHS/CLP-pictogram normaal gesproken geen onderdeel van die markering. Bij een gevaarlijke stof wordt eveneens leidingmarkering gebruikt; de toepasselijke GHS/CLP-pictogrammen en waar nodig een signaalwoord worden dan aan die leidingmarkering toegevoegd.
Informatie op leidingmarkering
Een complete leidingmarkering combineert herkenning met concrete informatie. Controleer per leiding welke onderdelen nodig zijn:
1. Naam van de inhoud: vermeld de stofnaam, productnaam of een andere duidelijke omschrijving van het medium.
2. Stroomrichting: gebruik een pijl die overeenkomt met de werkelijke stroomrichting. Bij een wisselende richting kan aanvullende uitleg nodig zijn.
3. Gevareninformatie: voeg bij gevaarlijke stoffen de relevante GHS/CLP-pictogrammen en waar nodig een signaalwoord toe.
Een GHS/CLP-gevarenpictogram vormt bij een gevaarlijke stof dus een onderdeel van de leidingmarkering. Het vervangt de stofnaam, stroomrichting en overige noodzakelijke informatie niet.
Kleuren en RAL-codes
De standaard leidingmarkeringen gebruiken identificatiekleuren volgens DIN 2403. Dezelfde herkenbare kleurindeling is in Nederland lange tijd toegepast via NEN 3050. Deze Nederlandse norm is inmiddels ingetrokken. De kleur helpt bij de eerste herkenning; de tekst op de markering blijft bepalend voor de exacte inhoud.
Onderstaande tabel toont de hoofdgroepen in het standaardassortiment. Een beeldscherm geeft een RAL-kleur niet exact weer. Gebruik daarom de vermelde RAL-code als referentie.
| Mediumgroep | RAL-code |
|---|---|
| Gassen en vloeibare gassen | RAL 1004 |
| Brandblusmiddelen | RAL 3000 |
| Lucht en vacuüm | RAL 5012 |
| Water | RAL 6010 |
| Overige niet-ontvlambare vloeistoffen | RAL 9005 |
| Oliën en ontvlambare vloeistoffen | RAL 8001 |
| Stoom | RAL 9006 |
| Basen en logen | RAL 4001 |
| Zuren | RAL 2008 |
Eigenschappen van de leidingmarkering
De standaard leidingmarkeringen zijn zelfklevende stickers voor professioneel gebruik. De exacte eigenschappen kunnen per uitvoering verschillen.
• Uv-bestendige dragerfolie met een laminaat dat de bedrukking beschermt tegen vocht, zonlicht en veel chemische en mechanische invloeden.
• Zelfklevende, flexibele en waterafstotende uitvoering met een lijmlaag zonder oplosmiddelen en chloride.
• Geschikt voor veel gladde leidingoppervlakken, waaronder chroomnikkel en roestvast staal, mits de ondergrond schoon, droog en vetvrij is.
• Inzetbaar bij temperaturen van circa -40 °C tot +100 °C. Controleer bij extreme omstandigheden altijd de productspecificaties en de ondergrond.
• Glad oppervlak dat eenvoudig te reinigen is en de informatie goed leesbaar houdt.
Leidingmarkering correct plaatsen
Plaats de stickers waar iemand de leiding bedient, controleert of volgt. Zorg dat de tekst en pijl vanuit de normale kijkrichting goed zichtbaar zijn.
1. Markeer het begin en einde. Breng de aanduiding aan waar de leiding begint, eindigt of op een installatie aansluit.
2. Markeer afsluiters en koppelingen. Plaats de sticker dicht bij bedieningspunten, aftakkingen en andere plaatsen waar een verkeerde handeling risico geeft.
3. Markeer doorvoeren aan beide zijden. Herhaal de informatie wanneer de leiding door een muur, vloer of andere afscheiding loopt.
4. Herhaal na een richtingsverandering. Breng een nieuwe markering aan na een bocht en laat de pijl de juiste stroomrichting tonen.
5. Herhaal op regelmatige afstanden. Voorkom lange leidingdelen waarop de inhoud en stroomrichting niet herkenbaar zijn.
De juiste tussenafstand hangt af van de installatie, zichtlijnen, leidingloop, risico's en nationale of sectorspecifieke voorschriften. Leg de gemaakte keuzes vast in het signalerings- of onderhoudsplan.
Beschikbare formaten en maatwerk
Kies het formaat op basis van de leidingdiameter, beschikbare ruimte en gewenste leesbaarheid. De standaard stickers worden per vel geleverd.
| Formaat | Aantal per vel |
|---|---|
| 150 × 12 mm | 10 stickers |
| 250 × 26 mm | 3 stickers |
| 355 × 37 mm | 3 stickers |
| 450 × 52 mm | 2 stickers |
Leidingmarkering met eigen tekst nodig?
Kies een eigen stofnaam of technische omschrijving en voeg waar nodig een GHS/CLP-pictogram en signaalwoord toe. Controleer vooraf of tekst, kleur, pijlrichting en gevareninformatie bij de werkelijke inhoud passen.
Wetgeving en normen voor leidingmarkering
Wetgeving en normen hebben een andere functie. De Europese Richtlijn 92/58/EEG geeft minimumvoorschriften voor veiligheidssignalering op het werk. Ieder land verwerkt deze voorschriften in nationale regels. Een norm is een technische afspraak die helpt bij een herkenbare en consistente uitvoering. Een norm is niet automatisch wet, maar kan wel worden voorgeschreven via wetgeving, een contract, vergunning of bedrijfsvoorschrift.
DIN 2403
DIN 2403 beschrijft de identificatie van bovengrondse leidingen op basis van de vervoerde stof. De standaard leidingmarkeringen sluiten aan op deze kleurcodering. Controleer bij projecten in Duitsland altijd de actuele editie en aanvullende project- of branche-eisen.
NEN 3050 en bestaande installaties
NEN 3050 beschreef de identificatiekleuren voor leidingen in Nederland. De norm is in 2021 ingetrokken na de publicatie van ISO 20560. In Nederland en België zijn echter nog veel bestaande installaties gemarkeerd volgens eerdere systemen, zoals NEN 3050 en NBN 69. Het intrekken of vervangen van een norm betekent niet automatisch dat alle aanwezige leidingmarkeringen direct moeten worden vervangen. De markering moet wel duidelijk, herkenbaar en passend bij de geldende nationale, sector- en projecteisen zijn.
Eenduidigheid binnen een installatie is belangrijk. Vermijd daarom dat verschillende markeringssystemen zonder overgangsplan door elkaar worden gebruikt. Zo voorkom je dat kleuren, teksten of symbolen verschillend worden geïnterpreteerd. Organisaties kiezen er daarom vaak voor om een bestaand systeem te behouden totdat een locatie grootschalig wordt onderhouden, verbouwd of uitgebreid. Bij een overstap is een plan voor de volledige installatie verstandiger dan het vervangen van enkele losse markeringen.
De rol van ISO 20560-1:2024
ISO 20560-1:2024 beschrijft veiligheidsinformatie voor de inhoud en bijbehorende gevaren van bovengrondse leidingsystemen. Het is een technische norm en geen zelfstandige wet. De norm kan wel verplicht worden gesteld in een contract, vergunning, bedrijfsvoorschrift of projectspecificatie.
Naar verwachting wordt ISO 20560-1 de komende jaren steeds vaker als uitgangspunt gebruikt, vooral bij nieuwbouw, grote renovaties, uitbreidingen en internationaal beheerde industriële locaties. Voor bestaande installaties ligt een overstap vaak voor de hand op een natuurlijk vervangingsmoment. Daarmee kunnen kosten en operationele hinder worden beperkt en blijft de signalering op de hele locatie consistent.
Het standaardassortiment op deze pagina sluit aan op de kleurcodering van DIN 2403 en op kleurstellingen die in veel bestaande installaties worden gebruikt. Het wordt niet als een uitvoering volgens ISO 20560-1 aangeboden. Heb je deze norm voor een nieuw of bestaand project nodig? Stuur dan de stoffenlijst, leidinggegevens en projecteisen mee. Een passende uitvoering volgens ISO 20560-1 is op aanvraag mogelijk.
Twijfel je over kleur, tekst of gevareninformatie?
Vertel welke stof door de leiding stroomt, waar de markering komt en welke regels voor jouw project gelden. Je krijgt advies over de passende uitvoering.