De juiste maat van een veiligheidspictogram hangt vooral af van de grootste afstand waarop iemand het teken moet herkennen. Meet die kijkafstand, zoek hem op in de eerste tabel en kies de bijbehorende minimale pictogramhoogte. Zit uw afstand tussen twee waarden? Kies dan de grotere maat.
Reken bij algemene veiligheidspictogrammen als praktische keuzehulp met ongeveer 100 mm pictogramhoogte per 6 meter kijkafstand. Voor 12 meter kiest u dus minimaal 200 mm en voor 18 meter minimaal 300 mm. Bij weinig licht, een schuine kijkhoek, obstakels of waarneming vanuit een voertuig kiest u groter. Voor vluchtwegaanduiding geldt de aparte tabel verderop.
Snelle keuze op basis van kijkafstand
Gebruik deze tabel voor een snelle keuze van algemene veiligheidspictogrammen. Zoek de grootste relevante kijkafstand op en kies minimaal de genoemde pictogramhoogte. De afstand staat bewust in de eerste kolom: meestal weet u eerst vanaf welke plek het teken zichtbaar moet zijn.
| Kijkafstand tot en met | Kies minimaal deze pictogramhoogte |
|---|---|
| 6 meter | 100 mm |
| 9 meter | 150 mm |
| 12 meter | 200 mm |
| 15 meter | 250 mm |
| 18 meter | 300 mm |
| 24 meter | 400 mm |
| 30 meter | 500 mm |
| 36 meter | 600 mm |
Deze snelle tabel gebruikt een conservatieve afstandsfactor van 60. De uitkomst blijft een uitgangspunt. Licht, kijkhoek, snelheid, contrast en obstakels kunnen een grotere maat of extra tekens nodig maken.
Wat betekent pictogramhoogte?
De pictogramhoogte is de hoogte van het eigenlijke veiligheidsteken: de cirkel, driehoek, het vierkant of de rechthoek waarin het symbool staat. Dat is niet altijd gelijk aan de totale hoogte van het bord.
Bij een vierkant bord van 200 × 200 mm ligt een pictogramhoogte van ongeveer 200 mm voor de hand. Staat er aanvullende tekst onder of naast het symbool, dan kan het volledige bord groter zijn terwijl het pictogram zelf dezelfde hoogte houdt. Kijk daarom bij het bestellen naar de maat van het veiligheidsteken en niet alleen naar de buitenmaat van het complete bord.
De methode van ISO 3864-1 en NEN 3011
ISO 3864-1 koppelt de benodigde hoogte van een veiligheidsteken aan de waarnemingsafstand. De internationale norm gebruikt hiervoor een afstandsfactor. Die factor hangt samen met de uitvoering en zichtbaarheid van het teken.
De basisberekening is:
pictogramhoogte = kijkafstand ÷ afstandsfactor
Gebruik in de berekening dezelfde eenheid voor hoogte en afstand.
De snelle tabel gebruikt factor 60. Een kijkafstand van 12 meter is 12.000 mm. Gedeeld door 60 geeft dat een minimale pictogramhoogte van 200 mm. Bij andere licht- en uitvoeringscondities kan een andere afstandsfactor gelden.
NEN 3011 is de Nederlandse norm voor veiligheidskleuren en veiligheidstekens in werk- en openbare ruimten. De norm sluit voor de ontwerpprincipes aan op ISO 3864-1. Buiten Nederland kunnen andere nationale normen of aanvullingen gelden. Controleer daarom altijd de regels en normen die gelden in het land waar het pictogram wordt toegepast.
Situaties waarin u groter kiest
De tabel gaat uit van een duidelijke waarneming. Kies een groter pictogram of plaats extra tekens wanneer de praktijksituatie minder gunstig is.
- Weinig licht: het contrast en de herkenning nemen af.
- Schuine kijkhoek: het teken oogt smaller en valt minder snel op.
- Obstakels: deuren, machines, stellingen of voertuigen blokkeren de zichtlijn.
- Hogere snelheid: een heftruckchauffeur of automobilist heeft minder tijd om het teken te herkennen.
- Veel visuele prikkels: andere borden, kleuren en materialen concurreren om aandacht.
- Gebruikers met een verminderd gezichtsvermogen: een grotere uitvoering verbetert de herkenbaarheid.
Eén zeer groot bord lost een onderbroken zichtlijn niet altijd op. Bij bochten, kruisingen of lange routes werkt herhaling vaak beter. Een haaks of panoramisch bord helpt wanneer mensen uit verschillende richtingen naderen.
Vluchtwegaanduiding: maat én verlichting bepalen de afstand
Gebruik voor nooduitgangen en vluchtroutes niet automatisch de snelle tabel voor algemene veiligheidspictogrammen. Bij vluchtwegaanduiding maakt het verschil of een teken extern of intern wordt verlicht en hoeveel licht het teken daadwerkelijk bereikt of uitstraalt.
- Extern verlicht: een afzonderlijke lichtbron beschijnt het bord. De verlichtingssterkte wordt uitgedrukt in lux (lx).
- Intern verlicht: de lichtbron zit in het armatuur achter het pictogram. De luminantie wordt uitgedrukt in candela per vierkante meter (cd/m²).
Zoek in de onderstaande tabel eerst de werkelijke lichtsituatie en daarna de pictogramhoogte. Zonder meting mag u niet aannemen dat normaal kantoorlicht ook minimaal 100 lux op het bord oplevert. De richting, afstand en plaats van de lichtbron maken veel verschil.
| Pictogramhoogte | Extern ≥ 5 lx | Extern ≥ 100 lx | Intern ≥ 10 cd/m² | Intern ≥ 100 cd/m² |
|---|---|---|---|---|
| 75 mm | 7 m | 13 m | 11 m | 15 m |
| 100 mm | 9 m | 17 m | 15 m | 20 m |
| 150 mm | 14 m | 26 m | 23 m | 30 m |
| 200 mm | 19 m | 34 m | 30 m | 40 m |
| 250 mm | 24 m | 43 m | 38 m | 50 m |
| 300 mm | 29 m | 51 m | 45 m | 60 m |
| 400 mm | 38 m | 68 m | 60 m | 80 m |
| 500 mm | 48 m | 85 m | 75 m | 100 m |
| 600 mm | 57 m | 102 m | 90 m | 120 m |
De tabel toont theoretische afstanden op basis van de genoemde lichtwaarden. Controleer daarnaast de werkelijke zichtlijnen, kijkhoek, montageplaats en eisen voor het gebouw.
Kijkafstand meten en de maat op locatie controleren
- Bepaal het beslismoment. Zoek de plek waar iemand het teken voor het eerst moet herkennen om veilig te handelen.
- Meet de langste relevante zichtlijn. Meet niet automatisch de volledige lengte van een gebouw, maar de afstand waarop de boodschap werkelijk nodig is.
- Kies de maat uit de juiste tabel. Gebruik voor algemene tekens de snelle tabel en voor vluchtwegaanduiding de tabel die bij de lichtsituatie past.
- Controleer de kijkrichting. Kijk vanuit gangen, deuren, werkplekken en rijroutes waar mensen het teken benaderen.
- Test op locatie. Controleer of het pictogram herkenbaar blijft bij normale bedrijfsverlichting en wanneer de ruimte in gebruik is.
Veelgemaakte fouten bij het bepalen van de maat
- Totale bordmaat en pictogramhoogte verwarren. Aanvullende tekst kan het bord groter maken zonder dat het symbool groter wordt.
- Naar beneden afronden. Een afstand van 10 meter vraagt in de snelle tabel om 200 mm, niet om 150 mm.
- Alleen naar afstand kijken. Licht, hoek, snelheid en obstakels beïnvloeden de herkenbaarheid.
- De algemene tabel voor vluchtwegen gebruiken. Voor vluchtwegaanduiding speelt de gemeten verlichting of luminantie mee.
- Een te klein bord vaker herhalen. Herhaling helpt bij de route, maar maakt een afzonderlijk onleesbaar pictogram niet groter.
Bronnen en toepassingsgebied
De berekeningen en tabellen op deze pagina zijn gebaseerd op de methode voor waarnemingsafstand uit ISO 3864-1 en de Nederlandse toepassing in NEN 3011. De juiste uitvoering hangt altijd af van de werkelijke situatie. Voor andere landen kunnen andere nationale normen of aanvullingen gelden.
- ISO – ISO 3864-1: ontwerpprincipes voor veiligheidstekens en veiligheidsmarkeringen
- Uitleg over ISO 3864
- Uitleg over NEN 3011
Inhoudelijk gecontroleerd: 12 oktober 2026.
Twijfelt u over het juiste formaat?
Geef de kijkafstand, toepassing, lichtsituatie en gewenste montageplaats door. Dan helpen we u een passende maat en uitvoering te kiezen.