Welke technische eisen gelden voor vluchtwegverlichting en noodverlichting?
Vluchtwegverlichting en noodverlichting zijn beide bedoeld om veiligheid te waarborgen bij het uitvallen van de normale verlichting, maar ze hebben verschillende functies en technische eisen.
Vluchtwegverlichting bestaat uit verlichte armaturen met een vluchtwegpictogram. Deze armaturen branden doorgaans continu en zijn voorzien van een noodstroomvoorziening (accu), zodat het pictogram zichtbaar blijft bij stroomuitval. De verlichting moet voldoende lichtopbrengst hebben om de route en de pictogrammen goed herkenbaar te maken.
Noodverlichting daarentegen is algemene verlichting zonder pictogram. Deze armaturen branden meestal niet continu, maar schakelen automatisch in wanneer de netspanning wegvalt. Ze zorgen voor basisverlichting zodat mensen zich veilig kunnen verplaatsen richting een vluchtweg.
In Nederland zijn de eisen vastgelegd via het Bbl en de Arbowet, waarbij normen zoals NEN 3011 en NEN-EN 1838 richtinggevend zijn. In België worden vergelijkbare principes toegepast, vaak in combinatie met externe noodverlichting die vluchtwegborden aanstraalt.